
7 maart, 2002
MEMORANDUM
AAN:
NVFR
VAN:
Dr George A. Padgett
Professor Emeritus
Department of Pathology
College of Veterinary Medicine
Michigan State University
East Lansing, MI 48864
ONDERWERP: commentaar op het voorgestelde fokbeleid van de Nederlandse Raad van Beheer.
Dit memo is een reactie op een verzoek van de NVFR om te reageren op de voorgestelde veranderingen van de regels van de Nederlandse Raad van Beheer. Ik ben met name teleurgesteld over de voorgestelde beperking van het aantal dekkingen per reu, gebaseerd op het aantal honden in een ras. Dit bezwaar is, alhoewel in mindere mate, ook van toepassing op de beperking van teven.
Allereerst moet duidelijk worden dat honden zijn gefokt voor een bepaald doel. Dat doel kan variëren van ras tot ras en van de mensen die bij de honden betrokken zijn, zoals hondenshows, jacht, hoeden, speuren, drijven, agility of gewoon huisdier. Doorgaans is het zo dat wanneer een hond niet voldoet aan het doel waarvoor hij is gefokt (d.w.z. het doel van de bezitter/fokker), hij als minder gewenst wordt beschouwd en men liever niet met zo'n hond fokt. Eigenaars en fokkers van honden zoeken altijd naar de dieren die het gewenste nageslacht (d.w.z. winnaars) produceren, onafhankelijk van de vraag met welk aspect van de hondensport zij zich bezighouden. Wanneer een fokker een hond vindt (met name een reu) die het gewenste nageslacht produceert, zal er veel met deze hond worden gefokt. Zulke dieren worden vaak matadors genoemd omdat zij meer dan het gemiddelde aantal nesten produceren. Zij zijn de beste dieren van het ras omdat zij produceren wat wij willen.
Om een genetische ziekte of ongewenste eigenschap in een ras in stand te houden, moeten het gen of de genen die deze eigenschappen produceren worden gedistribueerd onder het fokmateriaal van dat ras. Deze genen zijn dus aanwezig bij de beste honden, zowel reuen als teven, van dat ras. Zij zijn ook in gelijke mate aanwezig bij het deel van de populatie waar niet mee wordt gefokt, maar daar komen wij nooit achter omdat er met deze dieren immers niet wordt gefokt.
Ik heb in dit memo een tabel bijgesloten
die is opgesteld naar aanleiding van onderzoeken die zijn verricht door
de nationale (Amerikaanse) rasverenigingen van de negen genoemde rassen.
De tabel bevat het aantal ziekten die in het ras werden geconstateerd,
de frequentie van de geconstateerde ziekten en een schatting van het gemiddelde
aantal gebrekkige genen die elke hond in dat ras heeft, onafhankelijk van
de vraag of er met de honden wordt gefokt.
| Breed | Number of Diseases | Frequency of Affected Dogs % | Average Number of Defective Genes Per Dog |
| Scottish Terrier | 41 |
|
|
| Cairn Terrier |
|
|
|
| Bichon Frise |
|
|
|
| Newfoundland |
|
|
|
| Bernese Mountain Dogs |
|
|
|
| White Shepherds |
|
|
|
| PBGV |
|
|
|
| Shiloh Shepherds |
|
|
|
| Bouvier des Flandres |
|
|
|
Een matador dekt veel verschillende teven en daarom is het waarschijnlijker dat door hem een ongewenste eigenschap zal aangetoond die algemeen aanwezig is in de populatie van het ras, dan door een reu die slechts zes of acht dekkingen op zijn naam heeft staan. De reu die slechts zes of acht teven dekt kan in feite meer gebrekkige genen dragen (en verspreiden) dan de matador, maar hij krijgt niet de kans om tegen een draagster van die andere eigenschappen aan te lopen om de aanwezigheid ervan te kunnen aantonen.
Matadors zijn bekende honden en wanneer zij een ongewenste eigenschap produceren, verspreidt zich dit bericht als een lopend vuurtje en weldra is in het hele ras bekend dat zij een probleem voortbrengen. De matador draagt, zoals alle andere honden, gebrekkige genen, maar gemiddeld heeft hij niet meer genetische ongewenste eigenschappen dan elke andere hond van dat ras. Dus stel ik de vraag waarom zo'n hond niet langer wordt gebruikt. Is het niet beter om te weten welke ongewenste eigenschap een hond produceert, zodat je weet welke teef je het best voor deze reu kunt gebruiken? Wanneer je weet je welke ongewenste eigenschap een reu draagt en je weet welke ongewenste eigenschap jouw teef draagt, kun je ziekte voorkomen. Als men de genen van een reu verborgen houdt door het aantal dekkingen te beperken, dan zal je nooit in de gelegenheid zijn de juiste reu voor jouw teef te kiezen. Wij moeten weten wat een hond produceert, en wij hebben open registratiesystemen nodig, zodat een fokker die informatie tot zijn beschikking heeft.
Dus wanneer de Nederlandse Raad van Beheer het aantal dekkingen van reuen beperkt, zal dat de verspreiding van gebrekkige genen tegengaan? Het antwoord is kort maar krachtig: NEE. Elke reu verspreidt gebrekkige genen, maar slechts met gebruik van matadors hebben wij een kans om erachter te komen welke dat zijn. Zodra wij weten wat de matador draagt, kunnen wij hem op de juiste manier gebruiken en ziekten verhinderen.
Dus wanneer de Nederlandse Raad van Beheer het aantal dekkingen van een reu beperkt, zal dat ertoe leiden dat de verspreiding van de genen van die hond wordt verhinderd? Het antwoord is wederom kort maar krachtig: NEE.
Waarom wordt de verspreiding van zijn gebrekkige genen met zo'n maatregel niet verhinderd? Ik geloof niet dat Nederlandse fokkers dom zijn. Dus wanneer zij tevreden zijn over het nageslacht van een matador en wanneer dat nageslacht bestaat uit winnaars, op welk gebied van de hondensport dan ook, dan zullen zij proberen door te gaan met het produceren van winnende honden. Daarom, tenzij de fokker in kwestie zeer dom is, zullen zij het nageslacht van de matador selecteren als fokmateriaal en worden de zonen van die matador de volgende generatie van prijswinnende honden.
Wat is de genetische samenstelling van het nageslacht? Gemiddeld dragen de nakomeling vijftig procent van de ongewenste eigenschappen van de reu en vijftig procent van de ongewenste eigenschappen van de teef, maar wij hebben geen informatie over welke eigenschappen op welke hond worden overgedragen.
Dus wanneer er enkele zonen van de matador worden gebruikt, zullen de meeste, zo niet alle gebrekkige genen van de matador desondanks worden verspreid onder de algemene populatie van het ras, maar wij kunnen niet met zekerheid zeggen welke genen dat zullen zijn. Alles wat wij doen wanneer wij het aantal dekkingen van een reu beperken, is het verbergen van de informatie die wij nodig hebben om zorgvuldig met onze honden te fokken, terwijl de verspreiding van gebrekkige genen daarmee niet wordt verhinderd.
Het laatste feit dat met betrekking tot matadors van belang is, is dat elke dekking een proefdekking is, omdat wij weten welke ziekten zij voortbrengen. Dat verhaal gaat voor elke dekking op, maar doorgaans weten wij niet welke gebrekkige genen de honden dragen. Omdat de genen van matadors zich over een heel ras verspreiden, kunnen wij de genen die zij dragen identificeren en weten wij op welke ziekten wij bij de proefdekking moeten letten. Dus wanneer een matador bijvoorbeeld acht gebrekkige genen draagt, dan worden de pups van elke teef die hij heeft gedekt gelijktijdig getest op de aanwezigheid van acht verschillende ziekten. Bij een ras als de Labrador, met gemiddelde zo'n zeven puppy's per nest, wordt elke teef die door de matador is gedekt en geen enkele van de bekende ongewenste eigenschappen van de matador vererft, voor 86,6% vrij geacht van die genen. Wanneer de teef één ongewenste eigenschap produceert, wordt zij door de proefdekking in diezelfde mate vrij geacht van de overige zeven aandoeningen.
Matadors helpen ons om te bepalen waar de genen zijn, maar wij moeten ons gezonde verstand gebruiken om de gegevens op de juiste manier te gebruiken.
Ik zou de Nederlandse Raad van Beheer een advies willen geven: u beschikt niet over voldoende informatie over de genetische ziekten van uw honden. U weet niet hoeveel ziekten elk afzonderlijk ras heeft. U weet niet hoe vaak deze ziekten bij elk afzonderlijk ras voorkomen en u weet niet hoeveel gebrekkige genen de gemiddelde hond van een bepaald ras draagt.
Ik ben van mening dat deze informatie vereist is om zich een beeld te kunnen vormen van de ziekten in de afzonderlijke rassen. Zodra u over die informatie beschikt, zult in staat zijn de problemen op een degelijke en redelijke manier aan te pakken.
Vertaald door Jaap van der Wijk