
| In een eerder
verschenen artikel heeft de NVFR de Raad van Beheer er op gewezen dat
de weigering om een tweede rasvereniging per ras toe te laten in strijd
is met de doelstelling van de Raad. Wanneer wij het hebben over een tweede
rasvereniging per ras, richten wij ons in eerste instantie op de zeer grote
rasverenigingen met duizenden leden. Bij een rasvereniging met meer dan
zevenduizend leden, zoals de Nederlandse Labrador Vereniging, moet het
bijvoorbeeld mogelijk zijn een tweede rasvereniging door de Raad te laten
erkennen. In genoemd artikel hebben wij ook aangetoond dat de "winst" van
de stambomen geenszins opweegt tegen de gigantische bedragen die bij de
Raad binnenstromen door de extra bijdrage van € 77,- per nest
wanneer men geen lid is van een rasvereniging en dat het principe "één
rasvereniging per ras" voornamelijk uit financieel oogpunt in stand wordt
gehouden.
Hans Vemeulen was het met dit standpunt niet eens en schreef een artikel waarin hij zijn mening verkondigde. Zijn mening kwam op het volgende neer: - Tweede rasverenigingen
ontstaan uit onvrede met het beleid van eerste rasverenigingen.
Hans besluit zijn artikel met de volgende opmerking: "We leven in een democratische rechtstaat, als je dan het democratisch recht niet kunt accepteren zou men zich nog eens achter de kynologische oren dienen te krabben." Om mijzelf te verduidelijken
wil ik de begrippen "kynologie" en "democratie" graag nader omschrijven.
Uitgaande van deze twee begripsomschrijvingen,
kan men dan stellen dat er sprake is van democratie in de kynologie? Hebben
alle personen en organisaties die op hobbymatige wijze betrokken zijn bij
honden en de hondensport stemrecht en medezeggenschap?
Wanneer wij voorstander zijn van dit systeem, dan moeten wij onmiddellijk overgaan tot het ontnemen van het stemrecht van iedereen die geen lid is van een politieke partij die geen deel uitmaakt van de Tweede Kamer. Zijn wij echter voorstander van democratie in de kynologie, dan dient elke serieuze organisatie op het gebied van de hondensport te worden toegelaten als lid van de Raad van Beheer, en dient elke serieuze hondenliefhebber de mogelijkheid te hebben om zich aan te sluiten bij een organisatie van zijn keuze. Alleen op die manier wordt de mogelijkheid geschapen dat iedereen die zich serieus met de hondensport bezighoudt ook stemrecht en medezeggenschap krijgt wanneer het om de kynologie gaat. Hoe kun je in godsnaam stellen dat er sprake is van democratie wanneer je stelt dat het besluit om twee-derde van de kynologie buiten de kynologische besluitvorming te houden op "democratische" wijze is genomen door één-derde van de kynologie? Ik hou van Labradors en Labradors zijn jachthonden, maar ik ben niet gek op jachtbobo's, ik hou niet van Jägermeister en aangeschoten jagers en ik voel mij niet thuis bij de Nederlandse Labrador Vereniging. (Terzijde: de NLV weigert mij als lid want ik ben te kritisch en ik heb een aantal jachtbobo's beledigd.) Kortom: ik voel mij niet thuis in de NLV, maar ik zou voor geen prijs op een ander ras overstappen. Veel Labradorfokkers zijn het niet eens met het beleid van de NLV en zijn uit de vereniging gestapt, of alleen nog maar lid om niet die idiote "bijdrage geen lid rasvereniging" te hoeven betalen. De onvrede is er dus al, die wordt niet veroorzaakt door een tweede rasvereniging. Stel nu dat ik 500 of 1000
personen bereid vind om lid te worden van een tweede rasvereniging voor
Labradors. De NLV heeft meer dan 7000 leden, dus een tweede rasvereniging
hoeft financieel geen bedreiging voor de NLV te betekenen, zelfs niet wanneer
die 500 of 1000 personen lid zijn van de NLV en hun lidmaatschap opzeggen.
"Onvrede in de Raad"? Waarom zou zo'n tweede rasvereniging bonje maken in de Raad wanneer zij in de Raad evenveel democratische rechten en plichten heeft als de eerste rasvereniging? De democratische besluitvorming over het beleid van die tweede rasvereniging vindt toch in die tweede rasvereniging plaats en niet in de Raad? "Moordende concurrentie"? Waarom zou een tweede rasvereniging in dat opzicht een bedreiging betekenen voor een eerste rasvereniging wanneer die eerste rasvereniging de belangen van haar leden goed behartigt en het lidmaatschap aantrekkelijk is? En wanneer de eerste rasvereniging de belangen van haar leden niet goed behartigt en het lidmaatschap niet aantrekkelijk is, zou een tweede rasvereniging, die dat juist wel wil, niet juist heel welkom zijn? Zowel in democratisch als organisatorisch opzicht kan ik geen enkel nadeel zien wanneer het overgrote deel van de kynologie, dat thans nog buiten de Raad en haar besluitvorming valt, deel gaat uitmaken van de Raad. En natuurlijk verandert er dan van alles, want hoe meer mensen je bij de besluitvorming betrekt, hoe groter de veranderingen zullen zijn. Maar gezien de huidige ontwikkeling ben ik geneigd elke verandering als een verbetering te beschouwen, omdat de ontwikkeling niet veel slechter kan dan thans het geval is. Ten slotte: ik heb het over de principes, niet over de details. De voorwaarden van toelating van tweede rasverenigingen tot de Raad zullen uiteraard nog moeten worden ontwikkeld. Tenzij de leden van de Raad zeggen: "Nee, om principiële redenen wensen wij geen tweede rasverenigingen." Ik ben zó benieuwd naar de uitleg van die "principiële" redenen.... Jaap van der Wijk
|