Honden zijn van huis
uit sociale dieren en hebben een natuurlijke behoefte om deel uit te maken
van een roedel. Deze inclusiebehoefte zorgt ervoor dat een hond van nature
moeite heeft met alleen zijn. Aan de andere kant is een hond ook een gewoontedier
en bovendien wil hij graag braaf gevonden worden, dus is het heel goed
mogelijk om hem het alleen zijn aan te leren.
Het is ook even wat!
Pupje komt zo uit het nest, van zijn moeder en broertjes en zusjes vandaan,
en is nog nooit alleen geweest. Dan alle aandacht van de nieuwe familie.
Pupje is nog steeds niet alleen. 's Nachts slaapt hij wellicht in een doos,
in de onmiddellijke nabijheid van het baasje, die bij het minste geringste
piepje het pupje komt troosten.
Na een paar dagen
is pupje gewend alleen te slapen. Nu wordt het ook tijd om hem zo nu en
dan eens overdag alleen te laten. Eerst een minuut of vijf. Wanneer ons
hondje zich keurig heeft gedragen, belonen wij hem uitbundig. Blaft hij
en protesteert hij luidkeels, dan spreken wij hem bestraffend toe, om vervolgens
weer de deur uit te gaan. Wanneer het pupje nu rustig blijft, ook al is
het maar twee minuten, dan belonen wij hem uitbundig. Pup is braaf! De
truc is om de `brave' perioden steeds langer te laten worden. Pup moet
weten dat wij heus terugkomen en dat hem een beloning te wachten staat
wanneer hij zich goed heeft gedragen. Weten wij dat pup na exact vijf minuten
gaat blaffen, dan komen wij na vier minuten binnen en belonen wij de pup.
Wij zijn hem telkens een slag voor en zorgen ervoor dat zijn braaf zijn
bij onze thuiskomst iets positiefs oplevert.
Honden die niet goed
alleen kunnen zijn, vertonen behalve luidkeels blaffen vaak ook `vernielzucht'.
Zindelijke honden vergeten hun zindelijkheid. Als wij thuiskomen en de
bank heeft een ingrijpende verandering ondergaan, dan heeft het weinig
zin de hond te bestraffen voor een misdrijf die hij wellicht uren geleden
heeft begaan. De hond heeft werkelijk geen idee waarvoor hij wordt bestraft.
Een bench, met voldoende speelgoed om verveling
tegen te gaan, biedt hier wellicht uitkomst. Laat de hond niet alleen bij
jullie afwezigheid in de bench, maar ook als jullie gewoon thuis zijn.
Wen de hond eraan dat de bench zijn veilige, eigen plek is en laat bij
jullie aanwezigheid altijd het deurtje open staan.
Wij kunnen een hond
slechts bestraffen wanneer wij hem op heterdaad betrappen. Daarom is het
soms nodig bepaalde situaties te creëren. Meestal zijn twee tot drie
`heterdaadjes' voldoende om de hond bepaald gedrag af te leren.
Een hond heeft zogenaamde
`haalmotieven'; hij heeft geleerd dat bepaald gedrag iets positiefs oplevert.
Vernieling kan de verveling tegen gaan, of het nare gevoel van doorbrekende
tanden en kiezen. Blaffen betekent aandacht (negatieve aandacht is ook
aandacht) en/of aanwezigheid van de baas. Wij moeten ervoor zorgen dat
de `haalmotieven' van het ongewenste gedrag worden geëlimineerd, dat
wil zeggen dat de positieve opbrengst van het gedrag verdwijnt en er een
negatieve opbrengst voor in de plaats komt. Dat zal leiden tot het staken
van het ongewenste gedrag.
Wanneer blaffen geen
aandacht oplevert, zelfs geen negatieve aandacht, dan heeft het voor de
hond geen zin om te blijven blaffen. Dus negeren wij het blaffen, hoe moeilijk
dat soms ook is. Heb geduld, de ene hond is intelligenter dan de andere,
en de ene hond zal sneller in de gaten hebben dat zijn gedrag tot niets
leidt dan de andere.
.
Een minder afhankelijke
hond
Vaak is afhankelijkheid
de reden van het niet alleen kunnen zijn of het vernielen van huisraad
tijdens jouw afwezigheid. Nu is afhankelijkheid aangeleerd gedrag, dat
dus ook weer afgeleerd kan worden. Dat doen wij door middel van een beloning
(voedsel) en een signaal of symbool dat met die beloning wordt geassocieerd.
Bij voorbeeld: als wij weg gaan, geven wij de hond iets lekkers en zetten
wij tegelijkertijd de radio aan. Als wij terugkomen krijgt de hond weer
iets lekkers, zetten wij de radio uit en geven wij hem alle aandacht.
Dit gedrag wordt door
ons heel consequent opgebouwd. Dus, wanneer wij de kamer verlaten en de
hond blijft achter - al is het maar voor vijf minuten - krijgt hij wat
lekkers en gaat de radio aan. Komen wij terug dan krijgt hij weer wat lekkers,
gaat de radio uit en pas daarna spelen wij even met hem. Weldra
zal de hond het weggaan associëren met de radio en met iets lekkers,
en het terugkeren met het uitzetten van de radio, iets lekkers en spel
(aandacht). Na verloop van tijd zal hij begrijpen dat hij tijdens het radiogeluid
geen aandacht hoeft te verwachten. Op een gegeven moment kunnen wij het
lekkers achterwege laten en is het aan- en uitzetten van de radio voldoende
om de hond te laten begrijpen wat er gaat gebeuren. Blijf de hond echter
wel aandacht geven zodra de radio uit gaat.
Wanneer de hond gewend
is aan dit ritueel, kunnen we nog een stapje verder gaan. Wanneer wij wel
in de kamer zijn maar even niet door de hond gestoord willen worden, zetten
wij de radio aan. De hond zal zich er letterlijk en figuurlijk bij neerleggen
en wacht hoopvol op het moment dat de radio weer uit gaat, want dat betekent
spel en aandacht.
In bovenstaand voorbeeld
heb ik gebruik gemaakt van drie elementen: gedrag (weggaan en terugkomen),
symbool (radio) en beloning (iets lekkers en spel). Deze drie elementen
zijn essentieel voor de operante conditionering van de hond. Maar het weggaan
en terugkomen kan worden vervangen door ander gedrag, net als de radio
als symbool door iets anders kan worden vervangen, bijvoorbeeld het ontsteken
van een bepaalde lamp (die alleen voor dit doeleinde gebruikt wordt!) of
het in de kamer plaatsen van een bepaald opvallend voorwerp dat er zich
daar anders nooit bevindt. Er is slechts één vast element:
de beloning in de vorm van aandacht en spel.
.
Frustratie en dominantie
als oorzaak van blaffen en vernielen tijdens afwezigheid van mensen
Wanneer het voor de
hond onvoldoende duidelijk is wie er de baas in huis is (zijn), zal hij
zelf het leiderschap op zich nemen. De hond ziet het gezin (zelfs wanneer
dat gezin maar uit één persoon bestaat) als een roedel, en
de roedelleider zorgt voor zijn roedelgenoten; hij beschermt ze, hij geeft
aan wanneer er "gejaagd" (uitgelaten) wordt, hij bepaalt wanneer er gespeeld
wordt, etc. Nu zal het duidelijk zijn dat de hond niet voorbestemd is om
roedelleider van de mens te zijn. Hij is gewoon niet tegen die taak opgewassen.
Wij moeten ons dus opstellen als de roedelleider van de hond, en er zijn
verschillende manieren om de hond duidelijk te maken dat wij de roedelleider
zijn en niet hij.
Een hond die denkt
dat hij de roedelleider is zal bij onze afwezigheid gefrustreerd zijn.
Wij, zijn roedelgenoten, zijn er immers niet en hij is niet in de gelegenheid
om ons te beschermen, om ons voor gevaren te behoeden. Hij houdt verschrikkelijk
veel van ons, maar maakt zich zorgen om ons. Daarom blaft hij wanneer hij
alleen is, daarom vernielt hij dingen als wij er niet zijn.Daarom is hij
ontzettend blij wanneer wij terug zijn van weggeweest.
Het leven voor zo'n
hond zou zo veel gemakkelijker zijn wanneer hij zich geen zorgen om ons
hoefde te maken, en daar kunnen wij voor zorgen door ons leiderschap te
bevestigen.
Een roedelleider speelt
zelden met zijn roedelgenoten; dat laat hij aan de roedelgenoten onderling
over. Een roedelleider gaat altijd als eerste door de deur, hij laat zijn
roedelgenoten nooit voor gaan. Een roedelleider keurt zijn roedelgenoten
geen blik waardig. Een roedelleider staat niet toe dat zijn roedelgenoten
tegen hem opspringen of hun poot op hem leggen. Een roedelleider staat
niet toe dat een roedelgenoot op zijn plek zit of ligt. Een roedelleider
eet altijd eerst, en dan pas eten de roedelgenoten. Een roedelleider staat
niet toe dat zijn roedelgenoten bij hem in de buurt komen wanneer hij eet.
Een roedelleider gromt wanneer een roedelgenoot iets doet wat hem niet
bevalt, en laat daarbij zijn tanden zien. Een roedelleider wendt zijn blik
nooit af wanneer een roedelgenoot hem "brutaal" aankijkt; de roedelgenoot
moet als eerste zijn blik afwenden. Een roedelgenoot wendt zijn blik hooghartig
af wanneer een roedelgenoot hem likt.
Wij gaan ons dus gedragen
als roedelleider en stellen ons als roedelleider op telkens wanneer wij
zijn weggeweest, ook al was het maar heel even. Dus ook 's morgens, wanneer
de hond ons de hele nacht niet heeft gezien. In een natuurlijke roedel
wordt elke keer wanneer de roedel uit jagen is geweest de rangorde opnieuw
bevestigd, want de mogelijkheid bestaat dat tijdens de jacht een roedelgenoot
(of zelfs de roedelleider) gewond of gedood is, waardoor de rangorde onduidelijk
kan zijn. Dit bevestigen van de rangorde duurt slechts kort en heeft als
functie dat de roedelgenoten weten "oh ja, zo was het".
Dus wanneer wij het
huis verlaten zonder de hond, negeren wij de hond. Wij gedragen ons rustig,
er is immmers niets aan de hand, wij nemen geen afscheid van de hond en
staan niet toe dat hij tegen ons opspringt. Wel laten wij hem een commando
opvolgen, bijvoorbeeld "zit". Dan is hij braaf en gaan we weg.
Bij "thuiskomst",
vijf minuten later, negeren wij de hond wederom. Wij gaan iets voor onszelf
doen, bijvoorbeeld thee zetten of afwassen, en staan niet toe dat de hond
ons daarbij stoort. Hij vraagt aandacht, maar die geven wij hem niet. Pas
wanneer hij geen acht meer op ons slaat en iets voor zichzelf is gaan doen
(laat hem maar gewoon zijn gang gaan), spelen wij even met hem, zonder
hem te belonen. Het spel op zich is al een beloning.
Dit herhalen we regelmatig,
met steeds groter wordende tussenpozen. Laat de hond eraan wennen dat het
niets bijzonders is wanneer wij hem negeren en dat het doodgewoon is wanneer
wij weg gaan en weer thuiskomen. Al snel zal de hond zijn natuurlijke neiging
om het roedelleiderschap (in het geval van een machtsvacuum) op zich te
nemen, verliezen en zal hij ons als roedelleider zien. Dat maakt het leven
voor hem een stuk rustiger en aangenamer, want hij hoeft niet meer voor
ons te zorgen. Er wordt voor hem gezorgd.
Wees niet bang dat
de hond je vriendje niet meer is wanneer jij je opstelt als roedelleider.
Honden zijn van nature gewend aan hiërarchie en zijn blij met een
baas boven baas.
|