
| In het Nederlandse
rechtsysteem wordt een verdachte aangehouden, wordt er proces- verbaal
opgemaakt, vindt er een rechtzaak plaats, wordt de verdachte veroordeeld
en moet de veroordeelde zijn straf ondergaan. Tussen de aanhouding en het
ondergaan van de straf ligt vaak een tijdsperiode van drie jaar of langer.
De relatie tussen misdaad en straf is dus volledig zoek. Derhalve zijn de verschijnselen `snelrecht' en `lik-op-stuk beleid' in het leven geroepen. Bij honden is dit `lik-op-stuk beleid' nog veel belangrijker dan bij mensen. Wil je de hond straffen voor een `misdrijf' dat hij begaan heeft, dan moet je hem op heterdaad betrappen en hem direct straffen. Kom je 's morgens beneden en zie je dat Bello de bank heeft vervreten, dan heeft het geen enkele zin om hem in zijn slaap te storen en hem op zijn sodemieter te geven. Bello heeft geen benul van de relatie misdaad-straf en de straf zal hem er dus niet van weerhouden om de volgende bank ook te vervreten. Deze straf heeft dus geen enkele zin. Het positieve van deze straf is dat jij je frustratie over de bank kwijt bent, het negatieve van deze straf is dat je een nu hond hebt die jou niet meer begrijpt, die jou niet meer vertrouwt, die angstig en onzeker zal worden. Goed, de hond heeft
dus op een ochtend op zijn sodemieter gehad, god weet waarvoor, en is nu
op zijn hoede. Als jij weer naar beneden komt zal hij anticiperen op een
pak slaag en bij voorbaat al onderdanig gedrag gaan vertonen.
Vertoont een hond ongewenst
gedrag, dan moet je een situatie creëren waarin hij dat gedrag zal
gaan vertonen, zodat je hem op heterdaad kunt betrappen en hem direct kunt
straffen. Slechts dan zal Bello de relatie tussen het misdrijf en de straf
begrijpen, slechts dan zal het ongewenste gedrag kunnen verdwijnen (soms
verdwijnt het echter vanzelf).
Bij het straffen van
de hond op heterdaad gebruiken wij onze stem. Wij zeggen luid en met vaste
stem: `Foei!!' Wij laten de hond duidelijk merken dat wij boos op hem zijn.
`Ben jij potverdorie besodemieterd!' De hond maakt zich klein en wij sturen
hem naar zijn plaats. Na een kwartier of een half uur nemen wij hem mee
naar buiten, spelen wij met hem en doen wij enkele gehoorzaamheidsoefeningen.
O, wat is Bello nu braaf!! Dan spelen we weer.
.
|


