View My Stats

| Onlangs werd ik weer eens geconfronteerd
met de (sociale en daardoor psychische) nadelen die het castreren van een
reu met zich kan meebrengen. Wanneer je bedenkt dat dierenarts een commercieel
beroep is, hetgeen wil zeggen dat de dierenarts voor zijn inkomen afhankelijk
is van het verrichten van ingrepen en het verstrekken van medicijnen, is
het niet zo vreemd dat de veterinaire wereld het castreren van reuen en
het steriliseren van teven promoot, en dat er van de 1000 artikelen aangaande
dit onderwerp hooguit één melding maakt van andere nadelen
dan dik worden en vachtproblemen.
De sociale nadelen lijken van geen belang
te zijn, en dat is jammer. Honden zijn immers sociale wezens en hebben
de normale interactie met andere honden nodig om zich hond te voelen.
Naar andere volwassen honden laat de niet-gecastreerde door middel van zijn geur blijken dat hij een volwaardige tegenstander of concurrent is. Zijn positie in een “vaste” groep (roedel) of “incidentele” groep hangt mede af van de geur die hij verspreidt. Hazel Palmer heeft in 1993 een artikel geschreven over de effecten van castratie op het gedrag van reuen. Daarin schrijft zij: “Some neutered male dogs become sexually interesting and are occasionally pestered by other males. It is believed that after castration these dogs smell like a bitch. In a survey of 98 castrated males, 23 owners reported this phenomenon immediately after neutering. One year later the figure had reduced to 14 (Palmer).” Vertaling: “Sommige gecastreerde reuen worden sexueel interessant voor andere reuen en worden soms door hen lastig gevallen. Men denkt dat deze honden na castratie als een teef ruiken. In een onderzoek waarbij 98 gecastreerde reuen betrokken waren, maakten 23 eigenaren van deze honden melding van dit fenomeen onmiddellijk na de castratie. Een jaar later was dit aantal gedaald naar 14.” Dit betekent in bovenstaand geval dat een kwart van de gecastreerde honden aanvankelijk met het probleem werd geconfronteerd en dat bij 15% van de gecastreerde honden het probleem na een jaar nog bestond. In het geval van Joep, een zwarte Labrador reu van vierenhalf jaar die drie jaar geleden werd gecastreerd omdat hij dominant was, maar desondanks een “Joris Goedbloed” was (en in feite is), betekende dit dat hij zich “vechterig” naar andere honden ging opstellen, en zelfs naar pups. Een gedragstherapeut noemde hem “onzeker”. Iedere reu wil op Joep “rijden”, en er zijn zelfs teven die dat willen, en daar is Joep niet van gediend. Er wordt nu onderzocht of Joep testosteron toegediend moet krijgen, zodat zijn geur verandert. Wanneer de eigenaren van Joep eerst een chemische castratie hadden laten verrichten bij Joep, dan hadden zij de effecten van deze castratie op Joep en zijn omgeving kunnen testen. De dierenarts van destijds heeft hen echter niet op die mogelijkheid gewezen, en dat is heel jammer, want dan hadden zij een betere afweging kunnen maken en waren zij erachter gekomen dat de voordelen van de castratie in het geval van Joep zeker niet afwegen tegen de nadelen. Een chemische castratie is niet onomkeerbaar en werkt maar voor bepaalde tijd. Nu is Joep zijn identiteit kwijt, aldus zijn baasjes. Ik heb hen het volgende geantwoord: “Sommige reuen missen na de castratie
een hormonale geur die aangeeft dat zij volwassen reuen zijn; dat is niet
hetzelfde als de "geur van een loopse teef" verspreiden. Het gevolg is
dat andere honden, ook pups, hier geen raad mee weten. Ze gedragen zich
niet met het nodige respect naar de volwassen reu toe, waardoor die zich
genoodzaakt voelt het gedrag van de andere honden te corrigeren. "Hé,
weet je wel wie je voor je hebt?"
Jaap van der Wijk
|
.

