View My Stats
.
 
Click here to go to the Breeders' Tools. Lots of information and database.
.
.
.
 .
Zou er verschil mogen zijn tussen
Show Labradors en Werk Labradors?
.
Nee, natuurlijk niet. Zowel de werkhond als de showhond dienen aan exact dezelfde eisen te voldoen. Al vanaf het begin van de 19e eeuw werd de Labrador Retriever gebruikt en geselecteerd als werkende retriever (apporteerhond). Zijn kwaliteiten op het gebied van de jacht en het apporteren waren de reden om de Labrador Retriever uit Newfoundland te importeren, eerst naar Engeland en vervolgens naar tal van andere landen.  

Dr. B.W. Ziessow schreef: "De conformatie van elk hondenras, het woord zegt het al, betekent de symmetrische vorming en samenstelling van (lichaams)delen volgens een model of  plan (bijvoorbeeld de rasstandaard). Het eerste wat men zich dient af te vragen bij het keuren van een ras of een individu uit dat ras is: "Kan de hond het werk verrichten waarvoor hij oorspronkelijk was bedoeld?" Het is vanzelfsprekend dat correcte conformatie de basis is van de overleving van elk hondenras, en het is even belangrijk voor zowel de showhond als de jachthond. Derhalve is het bespottelijk om een bepaald type te beschouwen als een extra of buitengewoon aspect van de conformatie en/of de rasstandaard (hetgeen neerkomt op het juiste gangwerk). Zonder de conformatie heb je geen waarachtig type van het ras. Bijgevolg is er slechts één correct type van de Labrador Retriever."  
. 
Een Labrador Retriever moet kunnen uitblinken in veldwerk en moet tegelijk de kwaliteit hebben om in de showring te winnen. Na een dag hard werken in het veld, onder moeilijke omstandigheden, moet hij een aangename metgezel kunnen zijn en een vriendelijke, ontspannen gezinshond.   
. 
Is er verschil tussen showhonden en werkende honden? 
Ja, dat verschil is er. Veel Labradors die linten, medailles en bekers op hondenshows winnen (en worden gebruikt om mee te fokken), zijn fysiek niet in staat om het werk te verrichten waarvoor de Labrador oorspronkelijk was bedoeld, en veel Labradors die voor werkproeven worden ingezet (en worden gebruikt om mee te fokken), voldoen niet aan de rasstandaard wat betreft het uiterlijk en het karakter.  
Dit is een uitermate zorgwekkende situatie. 
. 
"Showtypes" en "Jachttypes" - een verdeeld ras 
In de Verenigde Staten worden de Labradors die voor de show zijn gefokt vaak "Engels" genoemd, terwijl de Labradors die voor de jacht zijn gefokt "Amerikaans" worden genoemd. Maar de verdeling van het ras vond al meer dan 60 jaar geleden plaats aan beide zijden van de Atlantische Oceaan. In Engeland heeft de Buccleuch kennel zich bijvoorbeeld altijd geconcentreerd op veldwerk. Zelfs in de 6-generatie stamboom van Buccleuch Virginia, geboren in 1995 en een mooi voorbeeld van lijnenteelt terug naar Swinbrook Tan, vind je geen enkele showkampioen, maar vele, vele werkkampioenen. 
Show Labradors, en dit is een feit, zijn doorgaans forser gebouwd met meer "bone" en een dikkere vacht. Zij hebben grotere, forsere hoofden en een otterstaart. Zij zijn gemakkelijker in de omgang en relaxter dan hun voor het werk gefokte rasgenoten. Labradors van het jachttype zijn gefokt om te werken. Zij staan doorgaans hoger op de poten en zijn slanker gebouwd dan de showtypes, hebben smallere snuiten, neigen ertoe verlatingsangst te hebben, en missen de voor het ras zo typische otterstaart. Zij zijn vaak zeer hyperactief, en kunnen niet stoppen met spelen en apporteren. (Veel mensen zouden hen "nerveus" of "gespannen" noemen.) Maar er is wel degelijk een verschil tussen Britse en Amerikaanse jachttypes.  
In mij "Labrador Typecasting" omschrijf ik het jachttype als "Whitmore".  
Er wordt door de Kennel Clubs (zoals de Raad van Beheer) en de rasverenigingen van Labrador Retrievers geen onderscheid gemaakt tussen "showtypes" of "jachttypes", maar het is een feit dat de twee types uit verschillende bloedlijnen afkomstig zijn, en daarmee moeten wij leven. 
Een simpele combinatie van een voor de show gefokte Labrador en een voor de jacht gefokte Labrador is niet de juiste methode om een "allround" Labrador te fokken. Ten eerste zou deze outcross zonde zijn van de goede en vertrouwde bloedlijnen achter deze honden, en het zou een nest kunnen opleveren van zenuwachtige, magere Labrador puppy's met spitse bekkies die volledig onbruikbaar zijn voor de jacht. In de tweede plaats is er het erfelijke syndroom van Exercise Induced Collapse (EIC), dat recentelijk en in toenemende mate wordt geconstateerd bij jongvolwassen Labrador Retrievers, en de meeste honden met deze aandoening zijn afkomstig uit jachtlijnen. (Op deze video van een EIC aanval kan je duidelijk zien dat de hond met de aanval van EIC een jachttype is.) 
. 
Als Labrador fokker streef ik ernaar om allround Labradors te fokken: Labradors die fantastische gezinshonden zijn, die er goed uitzien, en die in het veld kunnen werken. Toch heb ik altijd een zekere afstand tot de pure jachttypes gehouden, want ik vind ze er niet goed uitzien en ik vind ze geen leuk gezelschap in de huiskamer. Mijn dichtste benadering van het jachttype in mijn bloedlijnen was de aanschaf van een teef wier vader uit zuivere en bekende (vertrouwde) showlijnen afkomstig was, terwijl haar moeder's vader eveneens uit een pure showlijn kwam, en haarmoeder's moeder een voor de jacht gefokte Labrador als overgrootmoeder had. Deze teef was niet moeder's mooiste, maar ze was zowel een fantastische gezinshond als een uitmuntende jachthond. Zij gaf mij - in combinatie met dekreuen uit pure showlijnen - drie nesten met uitstekende puppy's. Dichter bij deze jachtlijnen had ik voor mijn gevoel niet moeten komen.  
Het is voor mij tamelijk risicovol om te fokken met een Labrador die jachtlijnen in zijn of haar stamboom heeft, vooral nu we worden geconfronteerd met dit erfelijke syndroom van Exercise Induced Collapse (EIC). Dus doe ik het gewoon niet.   
. 
Omdat de Kennel Clubs en de meeste Labrador Clubs weigeren om toe te geven day er een verschil is tussen showlijnen en jachtlijnen, en ten gevolge daarvan weigeren om informatie over dit onderwerp te publiceren, vind ik dat wij, de fokkers, verplicht zijn om het publiek in het algemeen en onze pupkopers in het bijzonder over deze verschillen te informeren. 
Labradors zijn NIET ideaal voor iedereen. De Labrador is een ras dat veel beweging nodig heeft, en wanneer je daar niet aan kunt voldoen, moet je niet aan dit ras beginnen. De Labradors uit showlijnen neigen ertoe gemakkelijk aan te komen in gewicht omdat zij minder gespannen en gedreven zijn dan Labradors uit jachtlijnen, maar zowel de honden uit showlijnen als die uit jachtlijnen hebben veel beweging nodig.  
Zelfs wanneer je een Labrador wilt aanschaffen voor voornamelijk veldwerk, is het veiliger om er een uit showlijnen met werkkwaliteiten aan te schaffen (dit gaat op voor de meeste Labradors uit showlijnen) dan uit zuivere jachtlijnen.  
Ook moet ik er nogmaals op wijzen dat de Britten andere jachthonden fokken dan de Amerikanen, en dat zij hun honden anders trainen. Omdat de Britten steevast retrievers trainen die stabiel en rustig kunnen zijn onder aanzienlijke druk -- bijvoorbeeld terwijl er 200 of meer fazanten zijn geschoten in een drijfjacht -- zijn zij van mening dat het voortijdig beginnen met het wennen van een pup aan veldwerk er toe kan leiden dat de verwachtingen die een hond ten aanzien van het apporteren heeft tot onaanvaardbare hoogten zullen stijgen, waardoor de mogelijkheid om een Labrador stabiel, rustig en anderszins goed opgevoed te houden wordt ondermijnd. Nogmaals, de beste Britse Labrador fokkers produceren honden met een vriendelijk en rustig karakter omdat de Britten doorgaans zorgvuldig fokken en selecteren. Dus, stabiliteit en rust zijn karakteristieke eigenschappen, en karakter kan niet worden getraind, dat moet je erin fokken. De Britten weten echter al lang dat bepaalde trainingstechnieken en filosofieën deze gewenste genetische kwaliteiten accentueren. Een hond die de erfelijke eigenschappen heeft om stabiel en rustig te kunnen zijn in het veld, kan deze eigenschappen volledig ontwikkelen wanneer bepaalde trainingstechnieken worden gebruikt. Omgekeerd kan dezelfde hond zich ontwikkelen als een veel opgewondener en minder stabiele en rustige hond wanneer er trainingstechnieken worden gebruikt die de hond - al dan niet opzettelijk - enthousiasmeren. Er is dus wel degelijk sprake van een omgevingsfactor. In Groot-Brittannië werd en wordt de Labrador voornamelijk gebruikt voor het apporteren van wild tijdens georganiseerde drijfjachten op gevogelte. Tijdens deze jacht hebben verschillende rassen verschillende taken, en die van de Labrador beperkt zich tot het markeren van de valplek en het vinden en apporteren van het wild. Maar in de Verenigde Staten en Canada beperkte men zich niet tot de uitzonderlijke kwaliteiten van het ras met betrekking tot het werken met waterwild en het opsporen van wild, en liet men de Labrador bewijzen dat hij zich snel kan aanpassen aan veelzijdige en ruigere vormen van de jacht. Het verschil tussen Britse en Amerikaanse veldproeven toont dit duidelijk aan. 
Terugkomend op het Exercise Induced Collaps (EIC): ik wil met dit verhaal ook aantonen dat wij in Nederland niet zo bang hoeven te zijn voor dit syndroom, omdat het onderzoek zich voornamelijk heeft beperkt tot Amerikaanse Labradors uit Amerikaanse jachtlijnen, en daarvan lopen er in Nederland maar weinig (nazaten) rond. 
. 
Amerikaanse fokkers van jachthonden beginnen vaak al met het aanleren van het apporteren van dummy's of zelfs duiven wanneer de pups nog maar een paar maanden oud zijn. Zij fokken vaak een ander type jachthond dan de Britten en de Europeanen en lijken de voorkeur te geven aan hyperactiviteit boven een vriendelijk en rustig karakter.   
Een Labrador uit pure Amerikaanse jachtlijnen staat doorgaans te popelen om te werken en is altijd alert, zelfs wanneer hij ligt, hetgeen slechts zelden voor komt. Hij lijkt het begrip "Genoeg!" niet te kunnen bevatten. Hij wil altijd maar rennen en springen. Hij heeft dagelijks enorm veel beweging en activiteit nodig. Omdat deze honden zo actief zijn, kan onvoldoende beweging leiden tot extreme gevaallen van agressie, hetgeen vaak voorkomt. Zij botvieren hun frustratie op andere dieren wanneer zijn onvoldoende beweging krijgen. Labradors uit zuivere Amerikaanse jachtlijnen zijn gefokt om voortdurend en langdurig te zwemmen, werken, en apporteren. Hun spieren trillen voortdurend van opwinding en alertheid. Voor de meeste mensen zijn zij niet het juiste type hond. Dagelijkse training is een must en prakkizeer er niet over om een Labrador uit zuivere Amerikaanse jachtlijnen aan te schaffen tenzij je van plan bent om veel meer dan een huisdier in huis te halen. Jachttraining en behendigheid zijn twee uitstekende sporten voor dit type hond. Zowel de Britse als de Amerikaanse Labradors uit jachtlijnen kunnen fantastische huisdieren zijn, maar zij hebben enorme hoeveelheden psychische stimulering en fysiek werk nodig. 

. 
Lees ook het artikel "Twee soorten Labradors, "showers" en "werkers"?"
....
...
.
NIEUW!
Heb je vragen? Wil je graag en specifiek onderwerp aanroeren?
Ga dan naar het LabradorNet Forum!
..
  ..
 .
This website is maintained by Jack Vanderwyk
and sponsored by Joe Batt's Arm Labradors.
 Visit our sponsor
..