
| Jij
komt thuis en dat kleine Ierse wolfshond-pupje springt vreugdevol tegen
je op om je te begroeten. Jij verzucht: `Deden mijn vrouw en kinderen dat
ook maar,' en ontwikkelt een diepe kameraadschap met de hond. De hond wordt
dus beloond voor zijn gedrag.
Maar het pupje wordt groter en ontwikkelt zich waarachtig tot een echte Ierse wolfshond. En dat opspringen wordt nu echt een probleem, als was het alleen maar vanwege de rekening van de stomerij. Het eerder gewenste gedrag wordt langzamerhand ongewenst gedrag. Een hond is een gewoontedier. Wat altijd al mocht, mag nu ook. Maar jouw opvattingen zijn veranderd. Kent de hond het commando `nee', dan kan je proberen op het gedrag van de hond te anticiperen en kun je - met enig geduld - de gewoonten van de hond afleren. Maar vreugde is een spontane emotie en vaak lukt het afleren van het opspringen niet met het commando `nee'. Nog voor jij paniekerig `nee' hebt geroepen zitten de modderpoten van de hond al op de kraag van je witte overhemd. Dan helpt
nog maar één ding: het knietje. Hiermee bedoel ik beslist
niet het klassieke knietje uit het straatvechtersmilieu, dat onverwacht
komt als jouw belager je al dicht heeft genaderd. Nee, dit knietje wordt
al ver voor die tijd geheven. Je hinkt dus met je rechterknie geheven van
je werk naar huis. Dan komt de hond. Hij springt gewoontegetrouw tegen
jou op, maar springt tegen die knie aan. Au! Dat is vervelend, zo'n harde
knie tegen je borstkas. De hond reageert verward: `Dit is toch maandenlang
goed gegaan?' en gaat wellicht voor jou zitten. En dan is Bello weer zo
vreselijk verschrikkelijk braaf!
|
